Wonen: een veilig thuis

Veilig thuis voor 104 verweesde en verlaten kinderen

Het Somawathi Home is in de eerste plaats het veilige thuis van 104 verweesde en verlaten kinderen. In kleine fotoalbum-het-kinderdorp-7groepjes van 8 wonen zij samen met hun zorgmoeder in een woonpaviljoen. Dit is een volledig ingericht woonhuis. De zorgmoeder draagt de zorg voor ‘haar gezin’. Zij helpt met het huiswerk, leert de kinderen koken, het huis schoonhouden, doet gezamenlijk met de kinderen de inkopen en samen onderhouden zij hun moestuintje. Alle 20 woonpaviljoen hebben een eigen stukje moestuin in de gezamenlijke groetetuin, waar veelgebruikte groenten en kruiden worden verbouwd. De zorgmoeder wordt door de kinderen Ama (moeder) genoemd; zij zien haar ook echt als hun moeder.

Geheel in lijn met de Sri Lankaanse cultuur wonen de jongens en meisjes gescheiden. Naast de liefdevolle zorg van hun zorgmoeders staat het contact met eventuele familie hoog in het vaandel. Familiebezoek is mogelijk op gezette tijden en er zijn regelmatig ‘oma- en opadagen’.

Somawathi feb 2011 - 3 001 kopie

Onze zorg gaat verder dan alleen het bieden van een liefdevolle omgeving en eten en drinken. Voor ieder kind is er een ‘kind-volg-plan’ waarin de vorderingen en ambities per kind worden vastgelegd. Voor de kinderen van het Somawathi Home en hun zorgmoeders is er altijd psychische ondersteuning. Dit kan nodig zijn omdat sommige kinderen getraumatiseerd zijn. De emotionele en psychische ondersteuning helpt hen bij een gezonde emotionele ontwikkeling zodat ze uiteindelijk als gezonde volwassenen kunnen re-integreren.

Help als bedrijf Stichting Weeshuis Sri Lanka aan een betere infrastructuurNethmini Sewwandi – 11 jaar

“Samen met mijn broertje en mijn jongere tweelingzusjes zijn wij in het Somawathi Home komen wonen. Onze moeder kon niet meer voor ons zorgen en daarom heeft de rechter besloten dat we ergens anders moeten wonen. Nu hebben we allemaal nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. We hebben nieuwe kleren gekregen en gaan iedere dag naar school.”